Vallen is een groot probleem, ongeveer 25 procent van de ouderen valt minstens één keer per jaar. Een groot deel van de valongelukken gebeurd tijdens het lopen, door het struikelen, uitglijden of het simpelweg niet goed het balans te kunnen houden. Onderzoek heeft aangetoond dat een deel van de vallen kan worden verklaard door fysieke gesteldheid, maar dat er ook gevallen zijn waarbij een val zich juist niet door de fysieke gesteldheid laat voorspellen.

Hoe kan het dan zo zijn dat bij twee mensen, met dezelfde mate van fysieke gesteldheid, persoon 1 wel valt en persoon 2 niet? Wij denken dat dit zou kunnen liggen aan de manier waarop persoon 1 met zijn òf haar fysieke gesteldheid om gaat. Zou het kunnen zijn dat persoon 1 meer risico’s neemt of niet goed weet wat hij of zij nog kan?

Dit proberen wij in het project ‘Inschatting van beweegbaarheid’ te onderzoeken. Tijdens onze onderzoeken meten we zeer nauwkeurig de beweegbaarheid en hoe deze beweegbaarheid wordt ingeschat.